Burger, organiseer het moralisme

(naar aanleiding van Arjan Veelen en Tom-Jan Meeus deze reactie naar NRC)

Bedrijven krijgen veel kritiek. Toch krijgen ze vaak, zoals in het huidige regeerakkoord, wel wat ze vragen. Burgers niet, tenzij ze georganiseerd zijn. En dat zijn burgers per definitie erg slecht. Zeker als je het vergelijkt met het bedrijfsleven. Organisaties zijn doelgericht en als het niet lukt hun doel te bereiken dan stoppen ze. Commerciële organisaties gaan ook daadwerkelijk failliet.

Die wezenlijke kracht van organisaties, en zeker de commerciële, maakt dat ze grote invloed hebben op een overheid. Andersom is de overheid als organisatie ook van veel organisaties afhankelijk. Burgers stemmen en geven soms hun mening, als ze daar al de moeite voor nemen en het zinnig achten. Als goedkope kopij om aandacht mee in te kopen is dit wel goed zichtbaar, maar uiteindelijk minder zwaarwegend dan de stille wensen van het bedrijfsleven.

Individuen zijn namelijk niet zo doelgericht, maar wèl sterfelijk. Ondernemingen kunnen juist generaties overleven, maar sommige burgers hebben overleven niet eens als doel. Hoe te leven en wat een goed leven is levert een eindeloze discussie op tussen mensen onderling met misschien wel evenveel standpunten. Iedereen doet maar wat op basis van individuele situaties en ervaringen. Het is lastig zaken doen met zo’n divers gezelschap.

Het vergt een hele sterke democratie om de invloed van burgers in evenwicht te brengen met die van organisaties. Al die verschillende standpunten moeten dan gereduceerd worden tot hanteerbare wereldbeelden om een samenleving op te baseren. Het is bijna altijd een teleurstelling op individueel niveau, maar o zo noodzakelijk.

Commerciële ondernemingen daarentegen zijn eerder incidenteel en berekenend dan structureel en ideologisch bondgenoot van de democratie. Gezien vanuit hun doelstellingen is het belangrijk dat zoveel mogelijk kosten niet bij ze in rekening worden gebracht. Een overheid als bondgenoot helpt mee om hun kosten te collectiviseren; als de grond vervuild wordt, grondstoffen gewonnen, mensen ontheemd, uitgebuit en ongezond of gedood worden dan zien ze graag dat de overheid de gevolgen ervan op zich neemt.

Ook is het fijn als er ergens op de wereld overheden zijn die in arbeidskrachten investeren door ze goed onderwijs te geven. Zonder enige compensatie voor die investering worden die opgekweekte talenten dan uit hun geboorteland gehaald en tot werknemer gemaakt. Als ze niet meer voldoen dan moeten ze zo snel en goedkoop mogelijk een kostenpost worden voor de overheid.

Het is burgers eerder wel gelukt zich te organiseren. De grootste successen zijn behaald via vakbonden vanuit het eigenbelang als werknemer dankzij het dwangmiddel van de staking. Later lukte het ook als huizen- of autobezitters het eigen belang te verdedigen, ten koste van het collectieve belang. Het lukte veel minder goed de planeet georganiseerd te beschermen. Zelfs op kleinere schaal is het moeilijk om als burgers het leefmilieu te beschermen.

Een grote vijand van de burger is namelijk de consument. Niet toevallig is de mens allebei, met het bedrijfsleven als lachende derde. De consument heeft verlangens die door de industrie op geraffineerde en vooral ook industriële wijze worden aangewakkerd. De benodigde dienstverlening om dat doelgericht te bereiken kan door de verkopers van producten en diensten worden ingekocht bij de handelaren in aandacht en profielen. Denk met name aan big tech-bedrijven zoals die achter Google en Facebook en in steeds mindere mate lokale verkopers van reclame op traditionele radio, tv en kranten.

Het disciplineren van de consument is een bescheiden kostenpost, maar met grote gevolgen. Die emotionele consument kan als een piano bespeeld worden, vooral nu bijna elke consument zichzelf (hyper)actief profileert zonder daarvoor vergoed te worden. De consument is nu zo gek om onbetaald met een vinger op een stukje glas te tikken en zo oneindige hoeveelheden data in te leveren en op te geven. Al doende draagt het waarschijnlijk zelfs bij aan de eerder genoemde individuele zingeving.

Het lukt burgers ook nauwelijks om dit aan banden te leggen. Bij reclame voor tabak en alcohol is dit na decennia al wel geaccepteerd maar – zucht – de hele wetgevende route moet ook opnieuw afgelegd worden voor bijvoorbeeld ongezond eten en drinken, fossiele producten, gokken en andere onwenselijke troep.

Het beperken van big tech is moeilijk omdat deze industrie zeer goed bevriend is en afhankelijk van de huidige Amerikaanse regering. De president is aan de macht is gekomen dankzij de aandachtsindustrie. Met hulp van leugens en de aandacht van makkelijk te bespelen Amerikaanse consumenten is de burger ontkracht. Anti-democratische mogendheden misbruiken het ook graag om chaos en onvrede aan te wakkeren.

Hoe krijgen we burgers zo ver dat ze zich wèl goed organiseren? Liefst ook voor kwesties die nìet in het directe eigenbelang zijn. Daarvoor zou elke burger vandaag nog twee stappen moeten nemen: ban big tech uit uw leven en organiseert u zich als burger.

Neem geen ‘gratis’ big tech-diensten af en installeer een filter in uw internetmodem dat reclame en data-verzamelen onderschept. Zo’n filter is helaas geen gangbaar product, mogelijk moet u er een lokale technicus voor inhuren.

Uzelf organiseren als burger is voor een groot deel financieel. Het is zaak om organisaties van burgers structureel te ondersteunen met een lidmaatschap, net zoals u lid bent van een kwaliteitskrant voor informatie onafhankelijk van de aandachtsindustrie. Miljoenen tientjes samen maken het mogelijk om werknemers in de communicatie, het recht en lobby aan te nemen die net zo doelgericht werken als die in commerciële ondernemingen. Selecteer de organisatie op basis van altruïstische, moralistische doelstellingen. Juist die hebben uw steun nodig, terwijl belangenorganisaties voor u als automobilist, huizenbezitter of andere soort consument al sterke en machtige organisaties hebben.

Het gaat om doorlopende steun eerder dan een incidentele donatie of meelopen in een demonstratie. Juist op basis van betrouwbare inkomsten is een organisatie te bouwen. Aan de conservatieve kant zijn er al veel succesvolle voorbeelden, zoals The Heritage Foundation, bekend van Trump’s Project 2025. Sterke progressieve Europese tegenhangers ontbreken.

Als burger is het niet alleen goed te stemmen op een democratische politieke partij, maar ook om er lid van te worden. Voelt u zich niet thuis bij een enkele partij, word gerust lid van twee of drie. Meedoen met interne partijdiscussies of stemmingen hoeft niet altijd, net zoals het niet erg is als u geen tijd heeft om alle goede journalistiek waar u voor betaalt te lezen. Waar het om draait is doelgerichte, moralistische organisaties te steunen als burger.

Reinder Rustema is sinds 2005 eindredacteur van een petitiewebsite.

Mijn diploma’s publiceren bij DUO – geen leugens en slechte geheugens

DUO moet het mogelijk maken om je diploma-informatie te publiceren. Even inloggen met DigiD, vinkje zetten voor ‘zichtbaar’ en eventueel een linkje terug toevoegen naar je Mastodon-account en je .nl of .eu-website. Niet naar een profiel bij LinkedIn, Facebook of andere Amerikaanse big tech, dat moet dan niet kunnen. 

Leugens en slechte geheugens zijn dan geen reden meer om foutieve cv’s de wereld in te slingeren. Ondertussen is het wel een hele goedkope stimulans voor de Europese technologiesector ten koste van de Amerikaanse. 

(Naar aanleiding van dit bericht op Mastodon en ook in De Volkskrant)

Reactie op de ‘balanced approach’ van de EU over luchtvaart

In het kort: die is niet gebalanceerd

De EU nodigt je uit om te reageren op een beleidsinstrument ‘balanced approach’. Je kan je makkelijk identificeren met DigiD. Dit is een beleidskader waarbinnen ‘geluidsproblemen’ door de luchtvaart door lidstaten gemanaged kunnen worden. Want deze industrie moet wel winstgevendheid blijven is het impliciete uitgangspunt. Werkt dit wel goed? Mijn reactie:

Nee. Deze ‘balanced approach’ maatregel is per definitie niet ‘gebalanceerd’. Want als er geluidsoverlast is dan is dat objectief meetbaar en de ondernemers kunnen dat zelf (laten) vast stellen en er als veroorzaker zelf op anticiperen. Niet pas nadat ze in conflict zijn gekomen met de omgeving.

Het is aan ondernemers om zich creatief aan te passen aan de omgeving. De omgeving is voorspelbaar en betrouwbaar, die houdt zich aan natuurwetten en de wetten ter bescherming van inwoners.

Ondernemers zouden niet verrast moeten zijn door disciplinerende maatregelen omdat die te lezen zijn in democratisch vastgestelde wetten en regels. Die liggen vast en zijn gebaseerd op wat de natuur en mensen kunnen verdragen. Natuurwetten veranderen niet, wetenschappelijke inzichten over hoe die precies werken (bijvoorbeeld gevolgen voor gezondheid) vorderen langzaam maar gestaag en krijgen traag bijstellingen in wetgeving. Dit is voor de industrie om kennis van te nemen en zich op aan te passen. Het is niet een kwestie van ‘management’: the process of managing resources.

Mensen en natuur zijn geen hulpbronnen, ze zijn het wettelijke kader voor de industrie. Mensen en natuur moeten daarop kunnen vertrouwen. Die wetten moeten niet onderhandelbaar worden op ‘economische gronden’.

In de economie wordt er creatief omgesprongen met schaarse bronnen. Als er schaarste is aan iets zoals ruimte voor de luchtvaart dan moet de prijs ervan omhoog gaan in een normale economische situatie.

Het is een fundamentele en onrechtvaardige systeemfout dat de industrie de kans wordt gegeven om haar resources in te zetten op het onderhandelen over de kaders waarin ze mag opereren. Deze juridische mogelijkheid verlaagt zo de prijs van de schaarste. Het is voor de industrie nu economisch aantrekkelijk om te investeren in juridische procedures binnen deze ‘balanced approach’. Het is nu mogelijk om te ‘onderhandelen’ over de gegeven schaarste die normaal gesproken muurvast en ononderhandelbaar moeten zijn.

Met andere woorden, deze ‘balanced approach’ is de vruchtbare grond voor een verdienmodel. Hierin kan de industrie investeren en het kan hoge rendementen opleveren. Er is een ‘business case’ gemaakt voor de industrie die zonder deze mogelijkheid niet bestond.

Aan de andere kant staan burgers die onmogelijk in staat zijn om hierin te investeren. Zij rekenen op wettelijke bescherming die hierdoor wegvalt en onderhandelbaar is geworden. Maar burgers en natuur hebben geen ‘verdienmodel’. Zij leven hun leven en rekenen ondertussen op bescherming door de overheid, die is daarvoor. Veel burgers zijn niet in staat om net zo te investeren als de industrie, laat staan in dezelfde mate. Zij kunnen er geen kapitaal voor aantrekken op de beurs, hoogstens een kleine crowdfunding om een jurist ter verdediging te betalen. De natuur zelf heeft zelfs geen stem of juridische vertegenwoordigers, die heeft alleen de wetten en regels van de wetgever. Maar die zijn ‘onderhandelbaar’ geworden door deze ‘balanced approach’. De natuur heeft alleen burgers die als natuurbeschermer organisaties financieren die de natuur vertegenwoordigen. Dit is geen verdienmodel waarmee op de beurs aandeelhouders kan worden verleid zoals met de slogan ‘de vraag naar luchtvaart groeit en zal blijven groeien’ wel. In een prospectus verleidt dat investeerders. Zelfs pensioenfondsen zullen daarin willen investeren.

Kortom, het conceptuele theoretische kader van deze regeling is fundamenteel verkeerd en in tegenspraak met de fundamenten van de rechtsstaat. Het is per definitie een schending van de rechten van mens en natuur de wetten onderhandelbaar te maken en een ‘business opportunity’. Deze onrechtvaardigheid moet afgeschaft worden om die reden.