Het Grote Formatiespel

Na de verkenner komt de formateur. Maar wat gebeurt daar achter gesloten deuren? Als voorvechters van transparantie in de democratie hebben we dit vorig jaar onderzocht. Ons uitgangspunt was dat wij dit transparant konden maken door een gezelschapsspel te ontwerpen waarbij je al doende zou begrijpen wat hier gebeurt. Ondertussen zouden we ook meer burgers spelenderwijs de politiek kunnen laten begrijpen.

Het Grote Formatiespel ligt niet in de winkels.

Een serieus spel voor de gamemaster

Wel reageerde iedereen direct enthousiast op onze interviewverzoeken. Voormalig verkenner, formateur, vice-premier én minister Gerrit Zalm was gelijk enthousiast omdat hij, weliswaar onder pseudoniem, een fervent topspeler is in online strategiespelen. Ook tijdens verloren momenten in zijn topposities opende hij graag even het spel op zijn computerscherm vertelde hij opgetogen. Aan ons om dit spelplezier te vertalen naar het formatieproces dachten wij optimistisch.

De typerende bulderlach en de spitsvondige grappen van Zalm waren cruciaal voor de rol van deze ‘gamemaster’ beseften we ons terwijl zijn kleinzoon als bij toverslag tot rust kwam bij opa op schoot. Waarom slaagde deze ‘homo ludens’ wel waar zijn voorgangers in exact hetzelfde spel faalden? De formatie is geen kinderachtig spelletje, het is een bloedserieus stadium bij het verdelen van de macht in dit land.

We besloten zijn rol zo goed mogelijk met ’spelregels’ te beschrijven. Later bevestigde een expert in onderhandelen ons daarin tot in detail. Het bleek dat Zalm als topspeler handelde op basis van de door de Harvard-school geformuleerde principes van onderhandelen. Simpel gezegd, als je iets wil bereiken, doe het tegenovergestelde van wat Trump doet. De beslotenheid van een formatie, het realiseren van wederzijds vertrouwen is cruciaal. Die ontstaat alleen in een goede sfeer binnenskamers.

Voor diplomaten en niet voor populisten

De onderhandel-discipline aan Harvard ontstond vanuit het ambacht van de diplomatiek na de Tweede Wereldoorlog. In een minicollege werden wij als naïeve buitenstaanders deelgenoot gemaakt van een praktijk die Trump waarschijnlijk de ‘deep state’ zou noemen; mensen die elkaar vertrouwen. In de coalities in Nederland voornamelijk mannen die elkaar vertrouwen. Die vier mannen in onderhandeling krijgen af en toe een glas whiskey van Zalm of hij gaat met ze afzonderlijk buiten een sigaretje roken om in vertrouwen te horen wat ieders resterende pijnpunten zijn. De diplomatieke wereld is voor mevrouw Kaag wèl een vertrouwde omgeving, dat is een groot voordeel. Ook de Europeanen van Volt hebben hier per definitie ervaring mee; vorm en inhoud valt bij ze samen wat dit betreft.

De ‘getuigenispartijen’ diskwalificeren zichzelf volgens Zalm, en daar zijn er nu nota bene meer van bijgekomen in de Tweede Kamer. Partijen die voornamelijk bezig zijn om hun posities te etaleren. De grootte van de partij is geen probleem bij coalitievorming, zoals ook de ChristenUnie al bewees. Het is de mogelijkheid en intentie om elkaar te kunnen vertrouwen. Exact de splijtzwam tussen Baudet c.s. en Nanninga c.s. Wantrouwen lijkt zelfs de basis van de PVV. De fractieleden kunnen elkaar nog niet eens vertrouwen, laat staan dat er een achterban is met hiërarchisch gelaagd vertrouwen naar de top toe. Een leider moet een solide vertrouwen genieten van de achterban, anders wordt het moeilijk onderhandelen.

Posities okay, maar het gaat om de belangen

We stonden na ons interview bij Zalm in Scheveningen met lege handen op de tram te wachten. Al onze ambities over meer transparantie en dialoog waren op straat in scherven gevallen. Ja, het is wel goed om tijdens de campagne zoveel mogelijk de posities te weten te komen van je toekomstige coalitiepartners, daar zijn de debatten wel nuttig voor. De leiders van een partij krijgen van hun achterban mee hoeveel ruimte ze krijgen om te onderhandelen en wat ze belangrijk moeten vinden. Het Wilhelmus zingen op school? Zoiets is een goudgerand fiche op de speeltafel. Waardevol voor de achterban, maar te goedkoop om terug te vinden in de overheidsfinanciën. Zalm had op eigen houtje (met een vertrouwde kennis) als ex-minister van Financiën al zelf een spreadsheet gemaakt op basis van de verkiezingsprogramma’s. Die hield hij altijd in het achterhoofd bij elke extra stap. De echt belangrijke knelpunten bewaar je voor het laatst, als je over het meeste al een oplossing hebt weten te vinden en het vertrouwen al gegroeid is. Zo is het niet gek dat de medisch-ethische kwesties tijdens Rutte 3 geparkeerd werden voor later. Dat lost zich later op of niet, maar ondertussen kan je verder.

Om de ander goed te begrijpen in de onderhandeling is het essentieel om een verschil te maken tussen posities en belangen. De posities worden ingenomen in een debat en aangescherpt door de uitwisseling van argumenten. Maar tijdens de onderhandelingen is het argumenteren taboe. Je moet op zoek gaan naar de onderliggende belangen van de posities. De belangen van de ander zijn vaak goed te combineren met die van jou en je achterban. Met creativiteit kan je samen een oplossing vinden die dat mogelijk maakt, dat mag gerust complex zijn.

Complexiteit zijn de bouwstenen van onderhandelen

Hoe complexer de oplossingen, hoe beter dat ook is voor een onderhandeling. In de ons vertrouwde computertermen zijn dat geneste, gelaagde, als-dan-constructies. Daar zijn diplomaten en een speler zoals Zalm verzot op. Ook daar hebben de getuigenispartijen een probleem, ze houden niet van condities tussen haakjes. Ze willen alles en ze willen het nu. Ze willen wel graag, zichtbaar voor de achterban, in debat, maar ontlopen onderhandelingen. Ze willen winnen, terwijl het doel juist in een onderhandeling moet zijn om te zorgen dat de ander niet verliest; iedereen moet winnen. Goede onderhandelingen zijn dan ook gebaseerd op consensus. Concessies zijn de uitzondering op de regel omdat dit betekent dat er verliezers zijn. Daardoor kunnen de onderhandelingen mislukken omdat iemand die zich bekocht voelt de ander niet meer vertrouwt.

Een snelle formatie is nu moeilijk omdat de huidige spelers elkaar (nog) niet (meer) vertrouwen. Meer dan vier partijen zullen het niet snel worden, want dan kom je er moeilijker uit. Elke extra deelnemer verveelvoudigt het aantal mogelijke combinaties van voorwaarden. Complex is het al, maar dan wordt het helemaal complex. Een regeerakkoord op hoofdlijnen blijft dan ook lastig. Dat er een uitgeschreven en ondertekend akkoord komt staat in ieder geval wel vast. Want tijdens onderhandelingen geldt dat “niets is overeengekomen, totdat alles is overeengekomen.” Alles is vertrouwelijk, totdat de uitkomst van de onderhandelingen is ondertekend. De roep om transparantie is dus ook niet te verenigen met de onderhandelingen.

En waar moeten wij, journalisten en de burgers thuis nou naartoe met ons verlangen naar transparantie en openheid? Helaas rest ons alleen het genoegen van de leerzame reconstructie achteraf. Hoe is het dit keer gelukt om iedereen te laten winnen? Hoe steekt het complexe stelsel van condities in elkaar om dit te bereiken? Dit begrijpen vergroot het draagvlak voor de coalitie en onze democratie.

Uiteindelijk is een pagina met spelregels het spel geworden waar iedereen zich in kan bekwamen om succesvol te zijn in het leven. Altijd en overal kan je het spelen: op reis, in zaken, op school, in een vereniging, overal waar belangen zijn te ontdekken in posities.

Hoe kan je transparantie en onderhandelen beter combineren? Daar heb ik sinds 2006 al een ander idee over uitgewerkt op een speciale blog laatbestuurdersbesturen.rustema.nl

Spelregels voor succesvolle onderhandelingen

In een democratische cultuur, zoals wij die in Nederland hebben, onderhandelt iedereen dagelijks. Met een werkgever, een partner, collega’s, buren, vrienden, familie etc.

In publieke kwesties gaat het echter te vaak om een debat. Voorstanders en tegenstanders staan vaak lijnrecht tegenover elkaar met stevige posities. Ga je op zoek naar de onderliggende belangen, dan zul je erachter komen dat je veel gemeenschappelijk hebt en er samen uit kunt komen. Dan luister je in een dialoog naar elkaars belangen en bedenk je creatieve oplossingen om het eens te worden. Gebruik deze spelregels voor succesvolle onderhandelingen.

1. Uitgangspunten bij het onderhandelen

  • Noem de bijeenkomst een onderhandeling, in plaats van een debat
  • Het doel is niet winnen, maar ervoor zorgen dat niemand verliest
  • Niets is overeengekomen, totdat alles is overeengekomen
  • Consensus is de norm, concessies zijn de uitzondering
  • Alles is vertrouwelijk totdat de onderhandeling is ondertekend

2. Zorg voor de juiste omstandigheden

  • Wijs een neutrale gespreksleider aan
  • De onderhandelaars komen fysiek in een ruimte samen
  • De bijeenkomst vindt plaats in een neutrale en besloten omgeving
  • Neem voldoende tijd voor het opbouwen van vertrouwen
  • Iedereen krijgt evenveel spreektijd

3. Spelregels

  • Onderhandel louter per onderwerp met duidelijke kaders
  • Onderhandel met maximaal vier verschillende deelnemers en posities
  • Deelnemers die belangen van de ander boven tafel halen krijgen extra spreektijd
  • Deelnemers die met argumenten gaan debatteren krijgen een korte time-out
  • De onderhandeling eindigt pas als iedereen zich mede-eigenaar voelt van het resultaat.

4. Uitkomst

  • Alle deelnemers ondertekenen het resultaat van de onderhandeling als overeenkomst
  • De achterban van elke onderhandelaar moet akkoord zijn (tip: bevorder het vertrouwen van de achterban door tussentijds vertrouwelijke tussenstanden te geven)
  • De onderhandeling kan na afloop gereconstrueerd worden

Geen werkomgeving zo onveilig als de politiek

Betoogde Geert Dales op 28 januari 2021. Daar schreef ik een reactie onder.

Het belang van de partij voor de politieke marketing is de oorzaak van al het kwaad. Gek genoeg was de partij in een verzuilde samenleving intern vrijer omdat zowel de politici als de burgers erin gevangen zaten. Er zijn nu 89 partijen die meedoen en helaas zijn die praktisch allemaal kansloos (hoewel, Volt?) omdat de partijen die al bekend zijn en een eenheid naar buiten toe communiceren de kiezers trekken. De nieuwkomers krijgen geen aandacht.Om te beginnen moeten de bestuurderspartijen uit de coalitie de fractiediscipline los laten, dat geeft lucht. Niet alleen in het parlement maar ook in de eigen partij. Dan is er weer discussie en meningsverschil nodig, dat is de zuurstof voor een gezonde cultuur in een organisatie. Nu heeft een partijcongres een ventielfunctie waar leden oppositie kunnen voeren tegen het partijbestuur en de partijtop kan winkelen in alle uitingen daar. Partijleden komen en gaan, behalve bij Forum. Daar is het een feestje want de leden kunnen zich herkennen in de partijtop. Zo niet, dan vertrek je. Helaas hebben ze daar ook geen model gevonden voor interne discussie en overwint de (extreme) fractiediscipline ook daar: de leider IS de partij. Daarom zijn de reguliere partijen nu aan zet om een beetje zuurstof toe te laten in hun eigen partijen. Het is eng en de parlementaire journalisten zullen erbovenop springen, maar als de partij toch de teugels laat vieren dan zullen de kiezers het waarderen. Zie het aanzien van Omtzigt en Leijten.

Die verscheen ook in de krant zelf. Tweede brief in de brievenrubriek van 1 februari.

Niet Big Tech maar Trump treft blaam

Reactie op de nieuwe mediachef van NRC, het doorgehaalde kwam niet in de krant:

Vrije meningsuiting

Witte Huis kan meer

Volgens Karel Smouter is het “de realiteit nu dat vijf ongekozen mannen zomaar het Witte Huis kunnen inlopen om de stekker uit de President zijn communicatiekanalen te trekken.” Hij bedoelt daar de bazen van de grote technologiebedrijven mee.  Dat klinkt vreselijk, maar het laat juist zien dat deze president die technologie nodig had en gebruikte om te communiceren. Dat is wèl vreselijk. Het Witte Huis kan door deze bedrijven niet het zwijgen opgelegd worden. Als er nieuwswaardige persconferenties worden gegeven dan zullen journalisten daar gewoon over berichten. Ook kan het Witte Huis berichten op Whitehouse.gov plaatsen. Desnoods wordt die website aan de wereld geserveerd met eigen apparatuur vanuit het Witte Huis.  

Daarnaast is wetgeving een bijzonder krachtig communicatiemiddel. Met hulp van de volledige ambtenarij bereikt die uiteindelijk elke burger.  

Macron’s burgerraad is geen exportproduct

Op G1000.nu las ik “Groot nieuws, eerste burgerraad over klimaat in Europa is een feit” en daaronder reageerde ik met dat dit niet zo makkelijk te exporteren is naar elders in Europa.

In een presidentieel systeem met een heel zwak parlement, zoals in Frankrijk, is het makkelijk om een sterk mandaat te geven aan een burgerraad.

In een sterk parlementair systeem, ook nog eens maximaal respresentatief zonder irritante discricten, heb je een conflict tussen het mandaat van de burgerraad en die van het gekozen parlement. Kiezers geven dan in Nederland het parlement een mandaat dat het dan weer uit handen geeft aan een gelote burgerraad. Daarmee geeft het gelijk een eigen brevet van onvermogen af. Dat is heel raar.

Dat een president het doet om verbinding te zoeken met de bevolking is heel verstandig. Er is immers geen deugdelijk parlement. En het parlement representatiever maken is veel moeilijker.

Daarom is het schijnbare succes van deze burgerraad niet zo eenvoudig te vertalen naar elders. Het is ook nog even afwachten of het behalve een communicatief succes ook inhoudelijk een succes wordt. Macron kan de voorstellen ook kapot laten varen op de weerbarstige werkelijkheid door bij de minste of geringste obstakels er niet vierkant achter te gaan staan. Geen parlement dat het hem moeilijk zal maken…

Conference on the Future of Europe and the European Citizens Initiative

The new European parliament and Commission established a conference on the future of Europe. This is not going to be a single event, but a process that will last until mid 2022 and is all about the future of European democracy (the European Union, not the one in member states).

In true European tradition it will be a long and slow process, with many stakeholders and voices to take into account. Moonshots and big ambitions will probably fail, but a realistic and tactical move would be to make the European Citizens Initiative a tool for the parliament to overrule the Council.

Few readers now remain after the previous sentence. If you are still reading you probably already understand the huge potential. Currently, that Europe-wide petition that collected a million signatures in 7 member-states or more goes to the Commission and stops there. If the Commission would like to carry the initiative further, for example because it is a good proposal, then it probably is also political. Then there are the 27 member states that gang up to block it.

Not very democratic, is it? This is not going to change soon or easily because the member states do not want to give up their powers to Brussels, the Commission. That would also be problematic democratically because the mandate of the Commission is not very democratic. The parliament can’t send the Commission home either. Also, the Commission is there to execute with a very narrow mandate.

The Council is a meeting of the leaders of the member states and they will not easily give up their power. Unless…

Unless it is a very limited power they give up, if many conditions apply. I propose:

  • A European petition with a million signatures (European Citizens Initiative
  • Which fulfills the current criteria
  • And is supported by a majority vote by the European Parliament
  • Results in a legislative act from the European Commission
  • And can not be overruled easily by any European body, except the Court of Justice of the European Union.

This will fundamentally change the dynamic around this instrument. Currently few members of the European Parliament are motivated to make the instrument into something big. Once they can have a vote about it and have their way, they will have more power than they have now. It will not become a tool of direct democracy (which parliamentarians usually object to) but will complement the parliamentary, representative democracy. Crazy stuff by a group of 1 million crazy or bribed citizens will still be blocked by the parliament. But good stuff will shine on them too. They will probably start campaigning to mobilise the European demos for it!

Good for the emergence of a European demos too. Citizens can actually do something and make a difference in European democracy.

Let me know if you want to support this and which organisations you could make enthousiastic. During the conference I would like to contribute it.

I already proposed it during ECI Day on February 25. There is probably even a video of me standing up in the crowd. Based on a discussion that morning I got this idea.

25/02/2020: ECI Day
European Economic and Social Committee Rue Belliard/Belliardstraat 99

Waarom inwoners geen ‘eigen volk eerst’ bedoelen met het B-woord

Toen ik ‘bestemmingsverkeer’ opperde als middel om een autoluw Amsterdam te realiseren reageerde een raadslid met “raar eigen volk eerst idee.”

Waarom zou je daarmee minder gastvrij of liberaal zijn als stad? Bezoekers weten hun weg naar een stad met bestemmingsverkeer evengoed te vinden zie je  al sinds de jaren 70 in allerlei oude vestingsteden elders in Europa. Ook havenstad Amsterdam met een eeuwenoude traditie als liberale vrijhaven voor andersdenkenden (zelfs andersgelovigen) gaat niet er niet door ‘op slot’. Kennelijk overheerst de 20e eeuwse idee ‘kom je aan mijn auto, dan kom je aan mij’. Maar auto’s zijn toch geen mensen?

Het woord ‘bestemmingsverkeer’ komt maar één keer voor in de autoluw-plannen die volgende week in de raad komen. Als citaat uit de mond van bewoners. Bewonersgroepen die elkaar via wijkcentrum d’Oude Stadt hebben gevonden merken dat het onmogelijk is om begrepen te worden op dit punt. Zodra je het b-woord noemt gaan instinctief de mentale rolluiken naar beneden. Het suggereert een conservatieve agenda. Insprekers begrijpen nu wel dat er andere keuzes zijn gemaakt, maar waaròm dat zo is wordt niet uitgesproken.

Inwoners van Amsterdam zelf bezitten nota bene het minst een auto in Nederland, als je autoloze waddeneilanden niet meerekent. Waarom moet Amsterdam lijden onder het autodenken van elders terwijl we zelf al handelen alsof we in de toekomst leven? Het past juist niet bij Amsterdam om dogmatisme toe te laten. Toch dicteert dit gesloten denken wel de Agenda Autoluw. Wethouder Dijksma, een doorgewinterde topbestuurder, voert exact uit wat de coalitiepartijen willen, daar is ze voor aangenomen. In het coalitieakkoord stond dat er minder parkeerplaatsen komen. Het was de grootste – en misschien wel groenste – campagnebelofte van GroenLinks. En dus levert ze, zonder Amsterdamse eigenwijsheid. Voorbeeldig. Maar wel gedoemd om te falen. 

Stoelendans en waterbed

Heel erg gedurfd en spraakmakend is dat de komende jaren de muziek af en toe wordt uitgezet in de stoelendans van parkerende automobilisten. Telkens als er een straat op de schop gaat worden er plaatsjes weggehaald. Dit feest wordt over vele jaren uitgesmeerd zodat de dans om parkeerplaatsen 24 uur per dag door zal gaan. Slim combineert Dijksma het met het permanente oplappen van de uitgeleefde openbare ruimte en de verzakte kades en wankele bruggen. Campagnebelofte professioneel ingelost, want “hee, omrijden! de kade is hier ingezakt!”

De plannen van de wethouder staan ook bol van de maatregelen om de bezoeker te verleiden tot gewenst gedrag. Meer knips om het doorgaand verkeer te storen, meer alternatieven voor de auto, van alles. Bewoners weten uit ervaring dat knips en omleidingen het autoverkeer alleen verplaatst als een waterbedeffect. Want ook langs de vieze autocorridors wonen mensen die niet meer, maar minder auto’s willen. Gelukkig hebben de bewonersgroepen besloten om zich niet langer door de gemeente tegen elkaar uit te laten spelen. Ze kunnen elkaar eindeloos bevechten, maar beter is het om gezamenlijk te hameren op het algemeen belang: bestemmingsverkeer.

Hoofdkraan of dweilen met de kraan open

Minder parkeerplaatsen en autoverkeer hinderen helpt niet omdat net als bij een stoelendans de deelnemers die ‘af’ zijn nog steeds in dezelfde kamer staan. Automobilisten moeten dus meer rondrijden voor een vrije plek. Met bestemmingsverkeer zou de gemeente aan de hoofdkraan kunnen draaien, nu gaat ze dweilen met de kraan open. Het aanleggen van een wandelboulevard langs één van de grachten is dan vergelijkbaar met een terp om droge voeten te houden. Maar het verlaagt het waterpeil niet. Verwacht hordes toeristen die in groepen die gracht op en neer zullen lopen, terwijl autoverkeer in een lange file er pal naast rijdt. Eindeloos op zoek naar de steeds schaarsere en duurdere parkeerplaatsen. Bezoekers, bewoners, leveranciers blijven elkaar dan letterlijk in de weg zitten.

Dogmatisch denken

Bij het schrijven van de verkiezingsprogramma’s hebben de idealisten zich blind gestaard op het verbeteren van de openbare ruimte terwijl dat het sluitstuk moet zijn. Bewoners hebben vooral behoefte aan lege parkeerplaatsen. Minder blik op straat, maar wacht met minder parkeerplaatsen. Geen voetpad op een toplocatie waar vooral de toeristen (luidruchtig) in een 24 uurs processie van zullen profiteren als alternatief voor een rondvaart. Liever de huidige grachten zoals ze zijn, maar dan met hier en daar een auto geparkeerd. Dat lelijke blik beschermt de rust dan nog een beetje. En leveranciers zullen dan niet meer de stoep voor voetgangers blokkeren of de rijbaan blokkeren waardoor fietsers een stoepje meepakken. Parkeren is een realistisch alternatief voor ze. Ook uitgenodigde bezoekers hoeven dan niet lang te zoeken en de bewoners die slecht ter been zijn kunnen vaker dichtbij parkeren. 

Het verhogen van parkeergeld werkt niet weten we inmiddels, men blijft komen. Menig bezoeker beschouwt een dagkaart als de entree van het pretpark. Het is voor één auto ongeveer evenveel als bij een commercieel pretpark per bezoeker. En dan komen er bij het echte pretpark nog parkeerkosten bovenop. 

Bestemmingsverkeer invoeren kan ook, beargumenteerde ik eerder op deze plek. Maar ik hield geen rekening met het heersende 20e eeuwse autodenken van liberalen en het kortzichtige ‘groen in plaats van blik’-dogmatisme van groenen. 

Bestemmingsverkeer in de praktijk

De bestemmingsverkeer-maatregel kan relatief goedkoop en op korte termijn worden ingevoerd door borden te plaatsen dat alleen bekende of op een parkeerautomaat aangemelde kentekens mogen parkeren in Amsterdam. Toeristen, dagjesmensen, taxi’s, touringcars en in hun auto cruisende Amsterdammers krijgen het dan heel moeilijk. Maar van inwoners, mantelzorgers, leveranciers en genodigde klussers zijn tamelijk eenvoudig de kentekens in te winnen. Ook doorgaand verkeer kan je op kenteken tegenhouden. Een Amsterdammer uit Noord die naar de Johan Cruijff ArenA rijdt heeft de binnenstad niet als bestemming. Ruim voor de IJ-tunnel staat dan een matrixbord waarop de passerende kentekens oplichten die een andere route moeten kiezen.

Een vorm van bestemmingsverkeer op kenteken is geen grotere bedreiging van de privacy dan de huidige situatie omdat elk kenteken nu ook al gescand wordt. Handhavers rijden nu al rond in scanauto’s die effectief kentekens controleren op parkeergeld en allerlei overtredingen. Niet aankomen, want dat werkt. 

De openbare ruimte hoeft niet op de schop voor bestemmingsverkeer. Al het geld is nodig voor het herstellen van de kades en bruggen. De tot heilig verklaarde ‘doorstroming’ is er ook bij gebaat als er tijdens de reparaties minder autoverkeer de stad in komt. 

Reinder Rustema is inwoner van Westerpark

In het coalitieakkoord 2018 ‘Een nieuwe lente, een nieuw geluid’ staat wel een soort hint naar bestemmingsverkeer.

Mijn deelname aan Centrum Begroot

Op de burgerparticipatiesite van de gemeente Amsterdam heb ik een plan bijgedragen om statiegeld in te voeren in Amsterdam. Om afval te voorkomen lokaal statiegeld invoeren.

Het plan kreeg genoeg stemmen om te kwalificeren voor een ‘haalbaarheidstoets’ door een ambtenaar. Er is een antwoord op gekomen dat niet bij het plan zelf is verschenen, maar ik ontving het wel per e-mail:

Goedemiddag Reinder Rustema,
 
U heeft het plan “Statiegeld op verpakking meeneem-eten en -drinken” via  Centrum Begroot ingediend.
Stadsdeel Centrum vindt het belangrijk dat alleen plannen doorgaan naar de volgende ronde die we daadwerkelijk binnen de gestelde voorwaarden kunnen realiseren. Tijdens de haalbaarheidstoets is bekeken welke plannen uitvoerbaar zijn.
 
Het plan, Statiegeld op verpakking meeneem-eten en -drinken, is niet haalbaar binnen Centrum Begroot.
Statiegeld is niet wettelijk geregeld. In het Verpakkingenbesluit is een paragraaf opgenomen waarin staat dat er statiegeld wordt geheven op kleine plastic flesjes maar deze paragraaf is nooit in werking gezet. Dit o.a. omdat  het bedrijfsleven geen voorstander is van statiegeld.
 
Winkels en horecabedrijven die meeneem eten en drinken verkopen zijn niet doormiddel van een vergunning te verplichten om statiegeld in te voeren
(winkels hebben geen vergunningen en horecavergunningen zijn gebaseerd op de APV waar milieubescherming geen rol speelt).
Het is alleen mogelijk om op basis van vrijwilligheid statiegeld in te laten voeren.
Omdat statiegeld een product bij aankoop duurder maakt, zal het alleen mogelijk zijn wanneer alle winkels en horecabedrijven dit vrijwillig, tegelijkertijd statiegeld invoeren. Uw project is daardoor niet haalbaar binnen de termijn van 1 jaar, één van de spelregels van Centrum Begroot.
 
De gemeente Amsterdam heeft zich wel aangesloten bij de club van o.a. gemeenten dat probeert de staatssecretaris te om een verdergaande statiegeldregeling in te voeren (op blik en plastic flesjes).
 
We willen u alsnog hartelijk danken voor uw interesse in Centrum Begroot en het indienen van uw plan.
We  hopen van harte dat u  https://centrumbegroot.amsterdam.nl/ blijft volgen. 
Vanaf 9 juli kan u op de site zien welke plannen door de stadsdeelcommissie zijn gekozen.
 
Graag tot dan!
 
Met vriendelijke groeten,

Dat is dus een antwoord waar ambtenaren goed in zijn. De werkelijkheid beschrijven. Wat mogelijk is binnen de bestaande kaders. Begrijpelijk, want dat hoort bij hun rol. Ze zouden hun boekje te buiten gaan als ze dingen zouden doen die niet binnen het door hun baas (de wethouder) of diens baas (de gemeenteraad) zijn toegestaan.

De redenering in de haalbaarheidstoets is om aan te tonen waarom iets niet kan. Dat is makkelijk, want dat is altijd wel mogelijk. Het antwoord zou moeten zijn we weten niet of het mogelijk is om voldoende lokale ondernemers over te halen binnen een jaar en een werkende inzameling op te zetten. Dat weet je pas nadat je het serieus geprobeerd heb. Dat is nou precies waar dit Centrum Begroot-project voor is, toch?

Huur mij maar een jaar in om de lokale ondernemers te overtuigen om op vrijwillige basis mee te doen en let maar eens op! Ik ben activistisch immers. Flesjes met stickertje voor €0,25 extra verkopen is een kleine moeite voor ondernemers. Beperk je tot de implusaankopen bij toeristische winkeltjes, de supermarkten sla je over. Inzameling doe je op andere plekken, waar er ruimte voor is. Bijvoorbeeld op de steigers van rondvaartboten. Dan krijg je korting op je kaartje of andere aankopen. De bulk wordt dan verzameld via Plastic Whale en bij de daklozenopvang en dergelijke. Of misschien op een andere manier. Mijn punt is, je weet tevoren niet of het mogelijk is. Dat vergt een tijdje trial-and-error. Daar is dit budget perfect voor. Als het faalt is dat ook niet erg.

Wat voor ambtenaren erg makkelijk is, en volgens mij ook erg leuk, is eventjes een redenering opschrijven waarom iets NIET mogelijk is. Dat kan ik ook wel doen, bij de meeste plannen op Centrum Begroot. Maar daar is dat budget toch niet voor?

Voor mij als participerende, goedwillende burger komt het aan als een stomp in het gezicht. Ja, leuk zeg, die burgerparticipatie. Laat mij nou even lekker experimenteren met dit budget en ik zal aantonen of het mogelijk is. Of niet, maar dat is ook leerzaam. Dan weten we meer over de problematiek. Misschien komt er wel een andere mooie oplossing uit.

Meer beeld via de ether!


De Amsterdamse datacenters zorgen voor een overbelasting van het elektriciteitsnetwerk.
 Veel van de data is video. Allerlei diensten voor uitgesteld kijken hebben video’s op servers staan in Amsterdam. Maar de meeste mensen kijken ongeveer naar hetzelfde. Niet allemaal exact op hetzelfde tijdstip, maar de meeste bandbreedte en hosting is nodig voor populaire cultuur. Van populaire bestanden wordt zo dicht mogelijk bij de consument een kopietje bewaard zodat niet heel Europa de laatste aflevering van Game of Thrones uit Californië haalt maar dichtbij, op een server in Amsterdam bijvoorbeeld. Ook live-televisie op de kabel gaat via datacenters naar de kijker. 

DVB-T zendmast

Het is veel economischer om dergelijke ‘uitzendingen’ meer via een televisiezendmast de ether in te gooien. Met een antenne vang je het op en de televisie of het kastje dat ernaast of in de meterkast staat kan met het grootste gemak een buffer van enkele dagen aanhouden. Deze spullen staan toch al stroom te consumeren, laat ze dan wat zinnigs doen. Geen dure internetaansluiting met veel bandbreedte meer nodig. Een zendmast is heel zuinig. Of een uitzending nou naar 10 of 10 miljoen ontvangers gaat, dat maakt niets uit voor de stroomconsumptie van de mast.

Helaas is het aanbod in de ether in Nederland door verkeerde politieke beslissingen bedroevend. Sinds kort is het zelfs helemaal niet meer mogelijk om iets te ontvangen zonder weer een nieuw kastje te kopen. De auteursrechtwetgeving helpt ook zeker niet mee. Het duopolie in de infrastructuur van KPN en Ziggo werkt vernieuwing ook tegen. Zij willen consumenten graag volledig inpakken met een duur ’triple play’-aanbod: televisie, internet en telefonie in één abonnement. 

Dit is het moment voor de politiek om voor het milieu, het netwerk en als hele simpele lastenverlichting voor de consument een uitgebreid aanbod via de ether te realiseren zoals dat in een andere grote EU-lidstaten bestaat. 


Re: Een parlement voor de ‘onzichtbaren’

(ingekort gepubliceerd in NRC Handelsblad op 20 december 2018)

Caroline de Gruyter haalt het ‘parlement voor de onzichtbaren’ van Pierre Rosanvallon in herinnering (15/12) omdat de gele hesjes, Brexit en de Commissie Remkes aantonen dat veel burgers zich niet goed vertegenwoordigd voelen. Vroeger behoorden ze nog tot een sociale klasse of beroepsgroep met collectief onrecht. Het geïndividualiseerde onrecht van vandaag maakt iedereen onmondig omdat veel burgers op een andere manier precair zijn; het leed van de één kan zelfs de individuele voorkeur van een ander zijn. 

Een dergelijk parlement bestaat al en is ook onzichtbaar. Maandelijks zet ik ongeveer 100 nieuwe petities open, maar het merendeel krijgt (behalve van mij) geen aandacht. De meesten halen de eindstreep, een overhandiging, ook niet. Een petitie over het Verdrag van Marrakesh met wel bijna 30.000 ondertekenaars werd zelfs niet in ontvangst genomen door de Tweede Kamer, alleen door Sietse Fritsma van de PVV. 

Het ontvangen van een petitie is de minste moeite en een grondrecht; ongeveer het enige wat de Commissie Remkes over petities zegt. VNO-NCW bepleit ‘modernisering’ van petities, burgerinitiatieven in internetconsultaties als ex ante beleidstoetsing. Het veel bescheidener beantwoorden van petities is goed te organiseren. Het is dankzij internet mogelijk alle ondertekenaars van een petitie een e-mail te sturen met een antwoord op een petitie. Op deze manier zouden de afgelopen 13 jaar via 10.000 petities 9 miljoen burgers bereikt zijn. Een enkele gemeente doet het wel, maar op nationaal niveau gebeurt het niet. Voormalig Kamervoorzitter Gerdi Verbeet merkte ooit op dat het wel zo netjes zou zijn om alle ondertekenaars van een burgerinitiatief een briefje terug te sturen. Het is er nooit meer van gekomen. 

Een antwoord op een petitie levert steevast dankbare reacties op, ook als het antwoord niet is waar men op hoopte. De gemeenten die wel een antwoord aanleveren om te versturen zien dan ook meer en betere petities omdat burgers merken dat dit communicatiekanaal open staat. Een goed antwoord laat ook zien dat er een afweging is gemaakt en hoe onze democratie werkt. Idealiter wordt ook duidelijk wat de posities zijn van de verschillende volksvertegenwoordigers. Er is dankzij internet een wereld te winnen met een fatsoenlijke dialoog tussen burgers en volksvertegenwoordiging zonder met zwaar geschut te komen zoals referenda. 

Reinder Rustema

oprichter en beheerder van Petities.nl

Beloon samen reizen uit de pot inframiljarden

Als er geld te verdelen is voor infrastructuur dan kan je vandaag beginnen. Door te weinig infrastructuurplannen zou er 2 miljard euro blijven liggen voor later. (NRC Handelsblad 31 oktober 2018).

Beloon burgers financieel die met hun telefoon op zak samen met anderen bewegen in de spits. Dat betekent dat ze samen in een auto zitten en dus carpoolen. Voor vertrek even met een druk op de knop via DigiD je identificeren en daarna geeft een app de beweging door. Maandelijks krijg je een document met je reisinformatie die je op waarheid moet controleren en dan kassa! Met hoe meer anderen tegelijk, hoe meer geld. Met een busje je collega’s rijden moet er lucratief door worden. Samen met het openbaar vervoer is nog slimmer: veel ov-forensen herkennen elkaar wel van gezicht, maar moeten dan afspreken en elkaar opwachten. Fietspeletons maken door de lage kosten nog meer winst.

Technisch niet moeilijk, maar met grote winst voor zowel het milieu, de mobiliteit en sociale cohesie.

PS. Je zou de forensen elkaars aanwezigheid voor vertrek kunnen laten bevestigen door de telefoons tegen elkaar te laten tikken (zoals de Bump-app deed). Met een combinatie van de data via NFC, bewegingsensor, ip-adres, gps en een lijstje van bekenden met hun profiel kan je dan met zekerheid registreren dat ze fysiek bij elkaar waren.

PS2. Andere apps die op dezelfde telefoons staan kunnen meeliften op deze activiteit. Bijvoorbeeld door groepskortingen te geven of leuke groepsuitjes te verkopen. Provincies die bepaalde drukke knooppunten willen ontlasten kunnen extra beloningen geven via een eigen app. Milieuclubs en investeerders kunnen extra belonen door de groep milieupunten te laten sparen. Om je groep te vergroten kan je carpool- of andere datingsites en apps gebruiken.